Nieuwsbericht: ‘Basistarief huishoudelijke hulp zal weinig veranderen’

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met de vaststelling van een basistarief huishoudelijke hulp per gemeente. Initiatiefnemer voor het wetsvoorstel is de Socialistische Partij. Die hoopt hiermee een goed salaris voor de hulpen veilig te stellen en dat zorgaanbieders concurreren op kwaliteit. Het is de vraag of de wettelijke regeling dat effect heeft.

Gemeenten moeten volgens de wetswijziging zelf een basistarief voor huishoudelijke hulp vaststellen via de gemeenteraad. In elke gemeente kan dat basistarief anders zijn. Daarom is het de vraag of de huishoudelijke hulp er iets mee op schiet. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten vindt de wetswijziging ‘overbodig, kostenverhogend en moeilijk uitvoerbaar’. De thuiszorgaanbieders vrezen dat het minimumtarief een maximumtarief wordt. ‘Wij denken niet dat er morgen iets drastisch verandert. Het gaat vooral om hoe de gemeenten indiceren’, aldus Marijke Helderman, directeur huishoudelijke Zorg bij zorgaanbieder Careyn.

Renske Leijten, initiatiefnemer van het wetsvoorstel basistarieven, spreekt van winst: ‘Gemeenten kunnen nu een lage prijs bieden voor de inkoop van huishoudelijke hulp. Uiteindelijk betalen de medewerkers dan het gelag met een zeer laag loon voor het werk. Daar steken we nu een stokje voor door de gemeenteraad op basis van door hen geformuleerde kwaliteitseisen een reëel basistarief te laten vaststellen.’ Volgens Leijten staat de gemeenteraad in de huidige constructie vaak buitenspel, bijvoorbeeld bij bovenregionale aanbestedingen.

Volgens Marijke Helderman van Careyn draaien de kosten voor huishoudelijke zorg met name om de indicaties. Die zijn zeer verschillend per gemeente. ‘Er zijn gemeenten die huishoudelijke hulp – schoonmaak – indiceren, waar de hulpen ook een signalerende taak krijgen.’ Leijten verwacht dat zorgaanbieders eindelijk op kwaliteit kunnen concurreren als de gemeenteraad kwaliteitseisen formuleert: ‘De gemeenteraad moet nu uitzoeken welke eisen zij wil stellen aan de huishoudelijke zorg en daar een minimale prijs aan verbinden. Als het gemeentebestuur dat niet wil uitvoeren, handelt het in strijd met de wet. Bovendien zal de Inspectie voor de Gezondheidszorg op basis van de opgestelde voorwaarden controleren. Daar zit dus ook een stok achter de deur.’ Volgens Leijten geeft de vaststelling van het basistarief de gemeenteraad meer kracht om te ‘onderzoeken welke kwaliteitseisen nodig zijn.’

De VNG, die het wetsvoorstel als overbodig classificeerde, denkt dat de onderhandelingsruimte in de kwaliteit zit. ‘De ene zorgaanbieder zal voor hetzelfde basistarief een betere kwaliteit of betere prestaties kunnen leveren dan de andere’, legt woordvoerder Asha Koehnkoehn uit. Of de tarieven via de gemeenteraadconstructie daadwerkelijk hoger uitpakken, is nog de vraag: ‘Duidelijk is dat zorgaanbieders niet meer op prijs kunnen concurreren. In die zin werkt het basistarief kostenverhogend. Maar we zoeken nog in detail hoe we de wet moeten interpreteren, bijvoorbeeld voor welk type werk een basistarief gaat gelden.’
(ZorgVisie, 2012-04-12)